
De Thiéry-figuur
Het werk van Monika Buch - deel 4
[OOO]
Monika Buch is een kunstenaar die vooral in haar vroegere werk een exacte werkwijze hanteerde, waardoor dat heel geometrisch aandoet. Om dat ten volle te kunnen waarderen geeft Klaas Lakeman (Ars et Mathesis) in deze jaargang van Pythagoras toelichting op een aantal eigenaardigheden in haar werk.
![]() |
Hoe twee kubussen in elkaar schuiven kan leiden tot de Thiéry-figuur ($\color{red}{A}$ en $\color{red}{B}$) en een horizontale ($\color{red}{C}$) en een verticale variant ($\color{red}{D}$) |
In 1895 publiceerde Armand Thiéry een artikel waarin voor het eerst de figuur is te vinden die nu zijn naam draagt. Het is een figuur die is opgebouwd uit vijf ruiten met hoeken van 60 en 120 graden en heel gemakkelijk als een ruimtelijk voorwerp kan worden gezien. Het is voor te stellen dat hij ontstaat door het in elkaar schuiven van twee kubus-figuren (figuren 1A en 1B).
Met deze figuur wilde Thiéry aantonen dat eenzelfde vlakke figuur op meerdere manieren als een ruimtelijke figuur is op te vatten. Zoals:
- Links een bolle kubus en rechts een holle;
- Rechts een bolle kubus en links een holle;
- Twee bolle kubussen die op vreemde wijze een vlak gemeenschappelijk hebben. Deze laatste opvatting is in de oorspronkelijke figuur echter bijzonder instabiel. Het lijkt meer een snelle wisseling tussen interpretatie 1 en 2.
De horizontale variant van de Thiéry-figuur lijkt meer op een kubus links met rechts twee losse zijvlakken dan wel rechts een kubus met links twee losse zijvlakken (figuur 1C). De verticale variant van 1D lijkt op een vreemd stoeltje dat je nu eens rechtop en dan weer op z'n kop ziet.
De Thiéry-figuur is geliefd bij bekende kunstenaars als Victor Vasarely. Minder bekend zijn de schilderijen van Monika Buch waarin deze figuur of een variant daarvan voorkomt. Figuur 2 is een voorbeeld dat nog duidelijk aanleunt tegen de oorspronkelijke figuur uit afbeelding 1B.
![]() |
![]() |
Figuur 3 ligt eveneens nog dicht bij de oorspronkelijke Thiéry-figuur met een sterk accent op de derde, hierboven genoemde interpretatie. Je ziet twee holle buizen met vierkante doorsnede, die op vreemde wijze tegen elkaar gelegd zijn. Figuur 4 geeft hetzelfde motief, maar nu vullen de doorgetrokken verticale stroken het omliggende beeldvlak helemaal op. In figuur 5 is geëxperimenteerd met de stoelvorm uit figuur 1D. Dat leidt tot een merkwaardige stapeling van kubussen.
![]() |
![]() |
Terug naar bol-bol
Misschien is het al opgevallen dat dee figuur aan het einde van deel 2 niets anders is dan een variant op het stoeltje van figuur 1D, maar wel onvolledig. In figuur 6 zie je nog zo'n zeg maar onvolledige Thiéryfiguur. Niet meer rechttoe rechtaan, maar iets gekanteld. Tegelijk wordt hier ook gespeeld met evenwijdige lijnen die leiden tot elkaar kruisende balken. Kijk maar eens naar de richting van de balken links en die van de balken rechts.
