Geboortekaart voor Nicky
[OOO]
In de dierentuin van Antwerpen werd 21 mei 1986 een dolfijntje geboren dat de naam Nicky kreeg. De Gazet van Antwerpen plaatste een foto van het baby-dolfijntje en schreef een wedstrijd uit voor het ontwerp van een geboortekaartje.
De Vlaamse kunstenaar Peter Raedschelders stuurde bijgaande met de hand gemaakte prent in. Kennelijk had men daar bij de Gazet geen weet van, want ze kenden hem de eerste prijs voor computertekeningen toe. Het geboortekaartje bevat een aaneenschakeling van dolfijntjes die de letter N omklemmen en vanuit het midden naar de rand steeds kleiner worden.
Het raster
Voor het geboortekaartje ging Raedschelders uit van een vierkant (in figuur 1A met paarse diagonaal) en deelde dat in twee gelijkbenige rechthoekige driehoeken. Op de vier rechthoekzijden van die twee gelijkbenige rechthoekige driehoeken (de zijden van het oorspronkelijke vierkant) werden eveneens gelijkbenige rechthoekige driehoeken gezet. En op de rechthoekzijden van die vier driehoeken kwamen ook weer gelijkbenige rechthoekige driehoeken, enzovoorts (figuur 1A). De opeenvolgende gelijkbenige rechthoekige driehoeken worden steeds de helft van de voorgaande. Elke gelijkbenige rechthoekige driehoek werd vervolgens zo goed mogelijk opgevuld met een tekening van een dolfijn. Eigenlijk komt het er op neer dat in een van de twee grootste driehoeken zo’n dolfijntje wordt getekend en vervolgens gelijkvormig overgezet wordt naar de andere driehoeken.
Eerder had Raedschelders dit procedé al toegepast bij zijn prent Zeehonden. In figuur 1B is het driehoekige raster van figuur 1A op die prent gelegd. In alle rechthoekige driehoeken passen gelijkvormige zeehonden. Vanuit het centrum worden die naar buiten toe steeds tweemaal zo klein. Het geboortekaartje voor Nicky is dan ook een variant op de prent Zeehonden. Als het procedé maar ver genoeg wordt voorgezet leidt dat zowel bij de Zeehonden-prent als bij het geboortekaartje van Nicky tot een onregelmatige achthoek.
Niet Consequent
Merk op dat Raedschelders het procedé niet consequent voort kon zetten omdat bij de eerstvolgende stap na figuur 1A op vier plekken twee groene driehoeken A en B tegen elkaar aan komen te liggen (figuur 2). Die hebben een rechthoekzijde gemeenschappelijk. Dus een zwarte driehoek op die rechthoekzijde valt enerzijds over driehoek B heen en anderzijds over driehoek A.
Bijgevolg zouden dan in de prenten dolfijnen respectievelijk zeehonden over elkaar komen te liggen. Die driehoeken zijn daarom weggelaten In het vervolg doet zich dat bij elke stap voor.
Het zal duidelijk zijn dat in beide prenten de zeehonden respectievelijk de dolfijnen soms iets over de randen van de betreffende driehoeken komen, of juist er ruim binnen blijven. Dat moet dan zo gebeuren dat uitstulpingen en inkepingen netjes op elkaar aansluiten, rekening houdend met de verkleiningen, zodat geen open gaten ontstaan.